medium image
Foto: Joachim Rotteveel

Sgraffito - Italië

In de Late Middeleeuwen werd gestart met de productie van sgraffito aardewerk in Noord Italië, in het bijzonder in de Povlakte, waarbij vaak Byzantijnse prototypen werden gekopieerd. Vooral Venetië was vanaf het midden van de dertiende eeuw een belangrijk pottenbakkerscentrum voor de productie van sgraffito aardewerk. De vroegste typen waren slechts versierd met simpele ingekraste motieven, zoals spiralen en cirkels. Een eeuw later, echter, kwam een nieuw type sgraffito aardewerk met andere motieven, zoals gestileerde granaatappelen en palmen, in de Povlakte in de mode. Deze versieringen werden verder door de Italiaanse pottenbakkers opgefrist met polychrome kleuren, zoals groen, bruin en okergeel.

Dit zogenoemde ‘polychroom sgraffito aardewerk’ werd vanaf nu de meest gebruikte keramieksoort in Italië, omdat het goedkoper en ruwer was dan majolica. Gedurende de 15de eeuw werden de motieven op het sgraffito aardewerk meer en meer doorwrocht en complex, daarbij zich aanpassend aan de wensen van klanten en gebruikers in het Italië van de renaissance. De sgraffito techniek behelsde nu niet alleen planten- of geometrische motieven, maar ook dieren en portretbustes van mensen omlijst met visgraatmotieven.

Drie bodemfragmenten van ‘polychroom sgraffito aardewerk’ uit de periode van de renaissance, in het Italiaans ook bekend als 'ceramica graffita rinascimentale' (del genere amatorio), tonen het ingekraste profiel van een man en twee vrouwen (A 3541, A 3571 en F 9421). Dergelijke portretbustes zijn een geliefd amoureus motief voor dit type aardewerk in Italië tijdens de renaissance. Deze drie fragmenten stammen waarschijnlijk uit een pottenbakkersatelier in Venetië of omstreken (Padua?), en kunnen gedateerd worden in de tweede helft van de 15de eeuw. De ingekraste portretbustes zijn afwisselend verlevendigd met groene en okergele kleuren. Deze laatste hebben de neiging om in het loodglazuur door te lopen wat soms een waterig effect veroorzaakt, dat met de ingekraste decoratie en met de daaronder liggende oranje-rode basisklei mooi contrasteert.

Er wordt geopperd dat dergelijke renaissance portretbustes van mannen en vrouwen vaak als bruidsgeschenken aan de andere sexe werden gegeven. Ze bevatten zeker amoureuze elementen, zoals struiken rondom het gezicht, rozetten die goede wensen symboliseren, en de zogenaamde 'hortus conclusus', een symbolische tuin met een gevlochten schutting in gestileerde vorm. Andere amoureuze verwijzingen op Italiaans sgraffito aardewerk bevatten ingekraste dieren die echtelijke waarden symboliseren, zoals het konijn voor vruchtbaarheid en het jonge hert voor volgzaamheid.

Interessant is het bodemfragment van Italiaanse sgraffito aardewerk met de ingekraste afbeelding van een gevleugelde leeuw aan de binnenkant (A 3538). Dit is hoogstwaarschijnlijk de Leeuw van Sint Marcus, die de Venetiaanse Republiek vertegenwoordigt. De gevleugelde Leeuw van Sint Marcus was een wijdverspreid symbool van de Venetiaanse Republiek in verschillende delen van het Middellandse Zeegebied die onder Venetiaanse hegemonie stonden. Dergelijke gevleugelde leeuwen werden normaal geïncorporeerd boven toegangspoorten van Venetiaanse fortificaties of publieke gebouwen, waarmee gewezen werd op de macht van Venetië. Ingekraste motieven van de Leeuw van Venetië zijn echter zelden op aardewerk te zien. Naast het exemplaar op deze tentoonstelling, zijn tot nu toe slechts twee sgraffito aardewerkfragmenten in Venetië en omstreken gevonden.

Twee andere sgraffito aardewerkschotels uit Italië in een harde, rode kleisoort zijn van latere datum. Op beide schotels is alleen de binnenkant bedekt met een witte sliblaag voor ingekraste motieven. Een schotel (F 4938) heeft het typische motief van laat sgraffito aardewerk uit Pisa in centraal Italië. Concentrische cirkels omsluiten hier een bloemen stengel (maar een vogel of heraldisch schild behoren ook tot de mogelijkheden). Groene en geelbruine spatten verlevendigen verder het ingekraste motief. Dit type laat sgraffito aardewerk uit Pisa is tot nu toe ook in Genua en in Plymouth (Engeland) gevonden in archeologische contexten, die gedateerd kunnen worden tussen 1550 en 1650 na Christus.

Twee andere sgraffito aardewerkschotels hebben een ingekraste en uitgespaarde decoratie aan de binnenkant onder lichtgeel loodglazuur (F 5901). De doorwrochte decoratie bevat een zogenoemd ‘Catherine wheel’ motief in het centrum, omgeven door een brede gestileerde bloemenrand. Dit type sgraffito aardewerk staat in Italië ook bekend onder de lange naam 'ceramica graffita a punta e a stecca'. De decoratie is typisch voor Pisa en Montelupo in de Arno Vallei (in centraal Italië), waar pottenbakkersateliers dit soort sgraffito aardewerk maakten in de 16de en 17de eeuw. Dit type sgraffito aardewerk werd over het hele Middellandse Zeegebied verhandeld: oostwaarts naar Egypte en Turkije, westwaarts naar Zuid Frankrijk en Spanje. Het werd zelfs helemaal naar het Noorden (naar Engeland en Nederland) vervoerd, evenals over de Atlantische Oceaan (naar Amerika). Wellicht als gevolg hiervan werd de term ‘sgraffiato’ in de 19de eeuw als een pseudo-Italiaans woord in de Engelse taal geïntroduceerd.