medium image
Foto: Joachim Rotteveel

Sgraffito - Het Midden Oosten

Omstreeks 850 n. C. werd in het Midden Oosten een type loodgeglazuurd aardewerk met kleurspatten in groen, bruin en geel geproduceerd, dat sterk deed denken aan Chinese keramiek van de Tang Periode (618-907 n. C.). Het verhaal gaat dan ook dat Chinese krijgsgevangenen rond die tijd de kunst van de Chinese aardewerkindustrie in de Islamitische wereld geïntroduceerd zouden hebben. Echter, dit is niet te bewijzen. De Chinees-Islamitische connectie is wellicht toevallig, want gekleurd Tang-aardewerk werd in China veeleer gebruikt als grafgift en niet zozeer voor de export. Men moet, daarom, rekening houden met de mogelijkheid van een oorspronkelijke ontdekking door Islamitische pottenbakkers in Syrië, Irak en Iran. Het blijft immers onduidelijk wat het eerste kwam en wie wat inspireerde, aangezien het vaak moeilijk is tijdens opgravingen Chinese van Islamitische vondsten te onderscheiden.

Zeker is dat vanaf de 10de eeuw dit type gespat loodgeglazuurd aardewerk door Islamitische pottenbakkers met een scherp puntig gereedschap werd ingekrast (A 3947). Zo ontstond het oudst bekende ‘Sgraffito aardewerk’, waarbij door middel van ingekraste lijnen door een witte sliblaag heen de onderliggende donkere basisklei zichtbaar werd. De kleurspatten in het loodglazuur van dit type Islamitisch aardewerk (groen, bruin en geel) hebben echter vaak geen enkel verband met de ingekraste abstracte motieven. Deze motieven bestonden aanvankelijk uit simpele krullen, en later uit meer ingewikkelder figuren (zoals dieren en adelaars). De krastechniek verspreidde zich in de Islamitische wereld van Oost naar West. Dit type Sgraffito aardewerk was vooral populair in Iran, Irak en Syrië, maar minder in Palestina en Egypte.

In de 11de eeuw ontstonden nieuwe typen sgraffito aardewerk in de noordelijke en noordwestelijke berggebieden van Iran en naburige streken (zoals Azerbeidjaan en Georgië). Dit gebeurde op het moment dat de oudere pottenbakkersindustrie in andere regio’s van Iran aan invloed verloor. De versieringen op deze nieuwe typen sgraffito aardewerk werden enerzijds beïnvloed door Zoroastrische motieven, anderzijds door designs uit de metaalbewerking, voornamelijk van de vroegere Sassanidische koningsdynastie in Iran. Ook toonden ze een beter gecontroleerd gebruik van kleuren en ingekraste motieven.

De drie hoofdtypen uit deze nieuwe pottenbakkerscentra in noordwestelijk Iran bestonden uit: 1. het zogenaamde ‘Amol aardewerk’ uit een regio in de provincie Mazanderan, dat versierd is met simpele ingekraste motieven (waaronder fantastische dieren en vogels) onder een transparant gele glazuurlaag; 2. het zogenaamde ‘Garrus aardewerk’ uit een gebied in noordwestelijk Iran, dat versierd is met ingekraste bloemen, dieren en mensen in champlévé-techniek waarbij hele stukken witte sliblaag werden weggesneden (A 3895 en B 53). Dit type aardewerk wordt soms ook wel ‘Gabri aardewerk’ genoemd, omdat er blijkbaar connecties waren met Zoroastrische vuuraanbidders, die ‘Gabri’ genoemd werden; 3. het zogenaamde ‘Aghkand aardewerk’ (genoemd naar een Iraanse stad) met ingekraste motieven van vogels, hazen en andere dieren in combinatie met groene, bruine en gele kleuren in een techniek uit de metaalbewerking (die ook wel cloisonné heet). Variaties op deze drie hoofdtypen sgraffito aardewerken werden in de komende eeuwen geproduceerd in Syrië, Egypte en in de Byzantijnse wereld, waarbij de oude pottenbakkerstechniek zich langzaam naar het Westen verspreidde.
JV