medium image
Foto: Joachim Rotteveel

Gebruiksfunctie van sgraffito-aardewerk

De functie van een gedecoreerd gebruiksvoorwerp kan worden opgevat in zowel praktische als symbolische zin. Op basis van archeologisch vondstmateriaal afkomstig uit laatmiddeleeuwse Hollandse steden kan geconcludeerd worden dat er in ieder huishouden een zeker basisassortiment aan gedecoreerd of ongedecoreerd gebruiksaardewerk aanwezig was. Kookpotten, waterkannen, meng- en eetkommen, voorraadpotten en schotels werden in grote hoeveelheden door lokale en regionale pottenbakkers vervaardigd en vonden hun weg naar het huishouden via lokale en regionale markten. Luxe gebruiksaardewerk met een eigen kenmerkende vormgeving, voorzien van decoraties, werd vaak geïmporteerd.

Schilderijen, prenten en miniaturen bevestigen de aanwezigheid van eenvoudig ongedecoreerd gebruiksaardewerk. Het komt echter zelden voor dat gedecoreerd roodbakkend aardewerk op laatmiddeleeuwse beeldvoorstellingen is weergegeven. Belangrijke bronnen voor de bestudering van laatmiddeleeuws aardewerk, zoals archeologisch vondstmateriaal, museale collecties, schilderijen, prenten en miniaturen, kunnen worden aangevuld met gegevens uit schriftelijke bronnen, zoals boedelinventarissen, manierentraktaten en kookboeken waarin, weliswaar sporadisch, gebruiksaardewerk in functie wordt omschreven. Aardewerk op zichzelf vertegenwoordigde destijds geen materiële waarde, zoals tin, koper, zilver of goud. Een interdisciplinaire benadering van deze materiële, visuele en schriftelijke bronnen is van groot belang.

Op het eerste gezicht lijkt het ‘primitief’ gedecoreerde sgraffito-aardewerk onderdeel te zijn geweest van de volkse materiële cultuur. Gezien de mogelijkheid echter dat lokale pottenbakkers hun inspiratie voor dit aardewerk bij buitenlandse voorbeelden moeten hebben gezocht, moet dit toch een aantrekkelijk ‘exotisch’ product zijn geweest. De vraag is op welke manier deze Hollandse sgraffito objecten zich verhielden tot het meer bekende slibversierde aardewerk dat sinds de 14de eeuw in de Nederlanden in omloop was. Op basis van de relatief beperkte hoeveelheid voorbeelden van sgraffito-aardewerk die we tot nog toe kennen, lijkt het sgraffito-aardewerk geen massaproduct te zijn geweest. Het grote formaat van vooral de sgraffito-schotels doet vermoeden dat het bovendien een soort gelegenheidswaar is geweest, ten dele in opdracht vervaardigd. Wel duiden de gebruikssporen, zoals roet- en messporen, erop dat ze actief in het huishouden in gebruik zijn geweest. Ook zijn sommige schotels door de pottenbakkers voorzien van een gat in de rand, waarmee ze aan de wand konden worden opgehangen. Maar zo’n gat kan ook duiden op de wijze van opbergen van dergelijke schotels, bijvoorbeeld aan een touwtje onder het kannenbord. In ieder geval maakten deze objecten als ‘tekeningen in klei’ deel uit van de rijke beeldcultuur uit de late middeleeuwen in de Nederlanden en moeten zij op hun eigen wijze in de meest uiteenlopende huishoudens hebben gefunctioneerd.

AG-VD